Terugblik
Voor deze korte geschiedenis van Calefax duiken we enige decennia terug in de tijd. In 1985 bestond het Amsterdamse Barlaeus gymnasium 100 jaar. Dit werd gevierd met een opera van Willem van Manen, uitgevoerd door leerlingen van de school. Een viertal jongens uit het schoolorkest - Raaf Hekkema en Lucas van Helsdingen (beiden altsaxofoon), Alban Wesly (fagot) en Eduard Wesly (hobo) - besloot om zich in het formaat van een blaaskwartet muzikaal verder te ontplooien. Ze waren zo brutaal om Willem van Manen, een gevestigd componist, te benaderen met de vraag om een stuk voor hen te schrijven. Eigenlijk tot hun verbazing liet de componist de scholieren in de zomer van 1985 weten dat het stuk af was. Van Manen had nog een klarinet toegevoegd aan de bezetting, wat een verrijking bleek van het klankspectrum.
Dit stuk, Barlaeus Blaaskwintet, ging op 21 november 1985 in de Ysbreker in première, de officiële geboorte van Calefax. De leraar Duits van het Barlaeus, Geert Kapteijns, nam de klarinetpartij voor zijn rekening. Kapteijns nam al snel weer afscheid van het kwintet, en na enige personele wisselingen op de klarinet kwam in 1987 Ivar Berix het kwintet verrijken. Met Berix erbij werd, in 1992, de eerste cd opgenomen, en uitgebracht door Channel Classics. Hierop ondermeer de Circusmuziek van Ton te Doest, nog steeds met afstand het meest gespeelde originele werk voor rietkwintet. Met twee saxofoons bleek het middensegment van het geluid toch wat te sterk vertegenwoordigd, en toen Lucas van Helsdingen overstapte op de basklarinet, ontstond een betere balans. Met de instrumenten Hobo, Klarinet, Saxofoon, Basklarinet en Fagot was de huidige instrumentatie gevonden, een bezetting waar het ensemble zo tevreden over is dat het ambieert om het net zo gangbaar te maken als het strijkkwartet en het saxofoonkwartet. En met succes, getuige de vele positieve reacties en ontstaan van rietkwintetten van Argentinië tot Japan, en van Denemarken tot Australië.
De lessenaar van de basklarinet werd na enige wisselingen in 1994 door Jelte Althuis ingenomen. Met hem erbij nam Calefax in 1995 een cd op met werk van Debussy en Ravel. Dit was de eerste van acht cd's bij het Duits label MDG, en de eerste opname die internationaal de aandacht trok. Op de stoel van de hoboïst zit sinds 1997 Oliver Boekhoorn, en daarmee was de huidige personele bezetting van Calefax compleet. Van stoelen en lessenaars was overigens trouwens vaak geen sprake. Mede onder invloed van het Riciotti Ensemble, het roemruchte straatorkest waarvan enige Calefacieden een tijdje deel uit maakten, speelde Calefax staand en vaak uit het hoofd - een praktijk die nog steeds aangehouden wordt. Het Riciotti had ook de gewoonte om tijdens concerten de stukken luidkeels aan te kondigen. Fagottist Alban Wesly licht ook nu nog de concerten toe, zij het met bescheidener stemgeluid. In het begin probeerde de groep vooral eigen composities te spelen, eigenwijs menend “wat die Van Manen kan, dat kunnen wij ook”. Al gauw begonnen ze echter door te krijgen dat het arrangeren van bestaande stukken makkelijker was vanwege de hogere basiskwaliteit van de originele muziek.
Amsterdamse branie kenmerkte het jonge kwintet, en dat doet het feitelijk nog steeds. Of misschien is het nu beter om te spreken van een volwassen en professioneel collectief dat gekenmerkt wordt door een innovatieve en originele, hedendaagse doch tijdloze visie op, en interpretatie van, de klassieke muziek. En ook buiten het klassieke repertoire voelt Calefax zich thuis, getuige de vruchtbare samenwerking met het Tony Overwater Trio van de afgelopen jaren. De meest recente cd dateert van januari 2009, met werk van Conlon Nancarrow, de neerslag van jarenlange studie en muzikaal plezier met pianist Ivo Janssen.
Tussen het schoolgroepje van het Barlaeus van toen en het ensemble van wereldformaat van nu zat een lange ontwikkeling. Soms leek de progressie traag, soms - vooral de laatste jaren - nam de ontwikkeling een grote vlucht. Juist vanwege de gestage groei en de lange ontwikkeling lijkt deze bloeiperiode lang aan te houden. Al was het maar vanwege het enorme repertoire dat de heren hebben opgebouwd.
Calefax werd in de loop van zijn bestaan onderscheiden met verscheidene prijzen. In 1997 was dat de Philip Morris Kunstprijs, in 2001 de Kersjes van de Groenekan-prijs, precies weer vier jaar later de VSCD-prijs 2005.